KERNDOELEN

Hieronder zijn alle kerndoelen beschreven van Digitale Geletterdheid. 

Tijdens deze Minor heb ik gewerkt aan alle kerndoelen en  heb ik mij verdiept in de sub-kerndoelen die daaronder vallen.

De rode draad van deze Minor bestaat uit deze kerndoelen die altijd in verbinding staan met de lessen die ik heb gevolgd en gegeven. 

 

Hieronder staan alle kerndoelen met daarbij een beschrijving hoe ik daar aan heb gewerkt en hoe ik mijzelf hierin heb verbeterd.

KERNDOEL 22: DE LEERLING ZET DIGITALE TECHNOLOGIE EN MEDIA IN.

22A: DIGITALE SYSTEMEN

Digitale systemen vormen een essentieel onderdeel van digitale geletterdheid. Binnen dit kerndoel leren leerlingen hoe digitale apparaten en systemen functioneren en hoe zij deze op een doelgerichte en effectieve manier kunnen gebruiken. Volgens het SLO (2023) gaat het hierbij niet alleen om het bedienen van digitale middelen, maar ook om het begrijpen van de onderliggende werking van technologie.

 

Aanvullend benadrukt Kennisnet dat digitale geletterdheid verder gaat dan alleen het gebruik van technologie. Het gaat erom dat leerlingen bewust, kritisch en betekenisvol leren omgaan met digitale systemen en inzicht krijgen in de invloed hiervan op hun dagelijks handelen (Kennisnet, 2025). Dit maakt duidelijk dat het begrijpen van digitale systemen een belangrijke basis vormt voor andere onderdelen van digitale geletterdheid.

 

Dit kerndoel is van groot belang, omdat leerlingen dagelijks gebruikmaken van digitale systemen zoals computers en tablets, zonder altijd te begrijpen hoe deze systemen werken. Wanneer leerlingen alleen leren hoe zij technologie moeten gebruiken, maar niet begrijpen wat er achter de schermen gebeurt, blijven zij afhankelijk en minder kritisch. Door hier expliciet aandacht aan te besteden, ontwikkelen leerlingen niet alleen technische vaardigheden, maar ook inzicht en grip op de digitale wereld. Dit sluit aan bij mijn visie, waarin ik het belangrijk vind dat leerlingen technologie niet alleen gebruiken, maar ook begrijpen.

 

In mijn onderwijs geef ik op verschillende manieren invulling aan dit kerndoel. Zo werk ik met digitale tools zoals LessonUp, Blooket en Kahoot!, waarbij leerlingen actief gebruikmaken van digitale systemen. Hierbij gaat het niet alleen om het uitvoeren van opdrachten, maar ook om het begrijpen van hoe deze systemen werken en hoe zij ingezet kunnen worden om te leren. Daarnaast begeleid ik leerlingen in het gebruik van iPads, zodat zij deze middelen zelfstandig en doelgericht leren inzetten.

 

Een concreet voorbeeld uit mijn praktijk is een les waarin leerlingen werkten met programmeren en digitale systemen. Tijdens deze les hebben leerlingen via hun iPad programmeertaal gebruikt om het digibord aan te sturen. Door het schrijven van code konden zij het digibord als het ware ‘hacken’. Hierbij merkten leerlingen dat de code heel precies moest worden ingevoerd; als er een kleine fout in zat, werkte het systeem niet. Dit zorgde voor veel betrokkenheid en gaf leerlingen inzicht in hoe digitale systemen functioneren en reageren op input. Deze ervaring sluit aan bij mijn leerproces tijdens de minor, waarin ik heb geleerd hoe je digitale geletterdheid op een actieve en betekenisvolle manier kunt aanbieden.

 

Ook mijn eigen ontwikkeling als leerkracht is zichtbaar binnen dit kerndoel. Aan het begin van de minor wist ik bijvoorbeeld nog niet hoe ik een screenshot moest maken op mijn MacBook en maakte ik gebruik van mijn telefoon om foto’s te maken. Inmiddels heb ik deze vaardigheid ontwikkeld en pas ik dit toe in mijn lessen, bijvoorbeeld bij het maken van lesmateriaal over cyberpesten. Deze groei laat zien dat digitale geletterdheid niet alleen voor leerlingen belangrijk is, maar ook voor mij als leerkracht.

22B: DIGITALE MEDIA EN INFORMATIE

Binnen dit kerndoel leren leerlingen kritisch omgaan met digitale media en informatie. Het gaat hierbij om het zoeken, selecteren en beoordelen van informatie en het herkennen van betrouwbare en onbetrouwbare bronnen. Volgens SLO (2023) is het belangrijk dat leerlingen vaardigheden ontwikkelen om informatie bewust en kritisch te gebruiken in een digitale omgeving.

 

Aanvullend benadrukt Onderwijskennis dat leerlingen moeten leren om informatie te evalueren, omdat zij dagelijks worden geconfronteerd met een grote hoeveelheid online informatie waarvan de betrouwbaarheid niet vanzelfsprekend is (Onderwijskennis, 2022). Dit vraagt om gerichte instructie, waarbij leerlingen leren om informatie te controleren en te onderbouwen.

 

Dit kerndoel is van groot belang, omdat leerlingen steeds vaker informatie halen van internet en sociale media. Zonder deze vaardigheden bestaat het risico dat leerlingen nepnieuws of misleidende informatie als waarheid aannemen. Door hier bewust aandacht aan te besteden, ontwikkelen leerlingen kritisch denkvermogen en een onderzoekende houding. Dit sluit aan bij mijn visie, waarin ik het belangrijk vind dat leerlingen niet alleen informatie consumeren, maar deze ook actief beoordelen.

 

In mijn onderwijs geef ik hier op verschillende manieren invulling aan. Zo heb ik tijdens de minor een les gegeven aan leerlingen uit groep 4, samen met medestudenten. In deze les lieten wij zowel echte als neppe afbeeldingen zien. De leerlingen moesten met behulp van een stoplichtsysteem aangeven of zij dachten dat een afbeelding echt was, nep of een twijfelgeval. Deze werkvorm zorgde voor veel betrokkenheid en maakte zichtbaar hoe leerlingen nadenken over informatie.

 

Tijdens deze les leerden leerlingen om hun keuzes te onderbouwen aan de hand van criteria, zoals het bekijken van details, het inschatten van realisme en het vergelijken met wat zij al weten. Voor oudere leerlingen breid ik dit uit met meer controlepunten, zoals het nagaan van de bron of auteur, de actualiteit van een bericht, het taalgebruik en de aanwezigheid van controleerbare feiten. Ook leren zij om te controleren of meerdere bronnen hetzelfde nieuws bevestigen.

 

Daarnaast besteed ik aandacht aan de rol van AI binnen digitale media. Leerlingen leren dat beelden en video’s steeds realistischer kunnen worden gemaakt met behulp van AI, waardoor het moeilijker wordt om echt van nep te onderscheiden. Door leerlingen bewust te maken van kleine onjuistheden en afwijkende details, ontwikkelen zij een kritische houding ten opzichte van digitale beelden.

 

Mijn eigen ontwikkeling is hierin ook zichtbaar. Tijdens de minor heb ik geleerd hoe belangrijk het is om digitale media niet alleen te gebruiken, maar ook kritisch te analyseren. Waar ik eerder sneller informatie aannam, kijk ik nu bewuster naar de herkomst en betrouwbaarheid van informatie. Deze ontwikkeling neem ik mee in mijn onderwijs, door leerlingen te begeleiden in het stellen van kritische vragen en het onderbouwen van hun keuzes.

22C: DATA

Binnen dit kerndoel leren leerlingen omgaan met data: het verzamelen, ordenen, analyseren en interpreteren van gegevens. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij om het begrijpen wat data is, hoe data wordt gebruikt en hoe leerlingen hier betekenis aan kunnen geven. Het doel is dat leerlingen leren om data niet alleen te lezen, maar ook te gebruiken om conclusies te trekken.

 

Aanvullend stelt Kennisnet dat het werken met data leerlingen helpt om inzicht te krijgen in patronen en verbanden, en dat dit een belangrijke vaardigheid is in een samenleving waarin steeds meer beslissingen gebaseerd zijn op data (Kennisnet, 2025). Dit maakt dat datageletterdheid een steeds belangrijker onderdeel wordt van digitale geletterdheid.

 

Dit kerndoel is van belang, omdat leerlingen dagelijks in aanraking komen met data, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Denk bijvoorbeeld aan cijfers, grafieken of informatie die wordt verzameld via apps en websites. Wanneer leerlingen niet begrijpen wat data is en hoe het wordt gebruikt, kunnen zij informatie moeilijk interpreteren of verkeerde conclusies trekken. Door hier aandacht aan te besteden, leren leerlingen om kritisch en bewust naar gegevens te kijken. Dit sluit aan bij mijn visie, waarin ik het belangrijk vind dat leerlingen digitale informatie begrijpen en kunnen duiden.

 

In mijn onderwijs heb ik dit kerndoel gekoppeld aan een rekenles, waarin leerlingen zelf een klein onderzoek uitvoerden. De leerlingen verzamelden data door te noteren op welke manier zij naar school kwamen, bijvoorbeeld lopend, met de fiets of met de auto. Deze gegevens werden vervolgens overzichtelijk weergegeven, waardoor zichtbaar werd hoeveel leerlingen per vervoersmiddel naar school kwamen.

 

Op basis van deze data leerden leerlingen om conclusies te trekken. Zo konden zij bijvoorbeeld concluderen dat ongeveer de helft van de leerlingen met de fiets naar school komt. Door deze aanpak werd voor leerlingen inzichtelijk hoe je van losse gegevens (data) tot een betekenisvolle conclusie kunt komen. Op deze manier leg ik een complex begrip als data uit in begrijpelijke, zogenoemde ‘Jip en Janneke-taal’. Waar computers dit proces op grote schaal en veel complexer uitvoeren, ervaren leerlingen op deze manier in eenvoudige vorm hoe dataverwerking werkt.

 

Daarnaast heb ik tijdens de minor geleerd hoe data een belangrijke rol speelt binnen kunstmatige intelligentie (AI). AI-systemen maken gebruik van grote hoeveelheden data om patronen te herkennen en op basis daarvan antwoorden te genereren. Dit inzicht neem ik mee in mijn onderwijs door leerlingen bewust te maken van het feit dat AI niet zelf ‘denkt’, maar werkt op basis van bestaande gegevens. Hierdoor leren leerlingen kritisch te kijken naar de uitkomsten van AI.

 

Mijn eigen ontwikkeling is hierin ook zichtbaar. Tijdens de minor heb ik geleerd dat data een veel grotere rol speelt in digitale technologie dan ik vooraf dacht. Waar ik eerst vooral keek naar het eindresultaat, begrijp ik nu beter dat hier een proces van dataverwerking achter zit. Deze kennis helpt mij om dit onderwerp beter en begrijpelijker over te brengen op leerlingen.

22D: ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE (AI)

Artificiële intelligentie (AI) is een belangrijk en groeiend onderdeel van digitale geletterdheid. Binnen dit domein leren leerlingen hoe AI-systemen werken, hoe zij deze kunnen gebruiken en hoe zij kritisch kunnen omgaan met de uitkomsten. Volgens UNESCO (2024) is het belangrijk dat leerlingen en leraren vaardigheden ontwikkelen zoals kritisch denken, ethisch bewustzijn en inzicht in de werking van AI-systemen.

 

Tijdens de minor Digitale Geletterdheid heb ik veel geleerd over de mogelijkheden en beperkingen van AI. Waar ik AI eerst vooral zag als een handig hulpmiddel, heb ik geleerd dat het belangrijk is om AI kritisch te benaderen. AI kan ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij het genereren van ideeën of het verbeteren van teksten, maar de uitkomsten zijn niet altijd betrouwbaar. Daarom is het belangrijk om AI te zien als een hulpmiddel om mee te sparren, en niet als een bron die je zonder controle kunt overnemen.

 

Een belangrijk inzicht dat ik heb opgedaan, is dat de kwaliteit van de output sterk afhankelijk is van de input. Hoe duidelijker en gerichter de opdracht (prompt), hoe beter het resultaat. Daarnaast heb ik geleerd om door te vragen en de gegenereerde informatie altijd te controleren op juistheid en betrouwbaarheid. Dit sluit aan bij het belang van kritisch denken zoals beschreven in het UNESCO-raamwerk.

 

In mijn onderwijs heb ik AI op een praktische manier ingezet door leerlingen een eigen krant te laten maken met behulp van ChatGPT. Mijn duo-collega gaf hierbij eerst een uitleg over het gebruik van AI, waarna ik de leerlingen tijdens de uitvoering heb begeleid. Ik heb hen gestuurd door te benadrukken dat niet alle informatie die uit AI komt automatisch klopt en dat deze altijd gecontroleerd moet worden. Daarnaast heb ik leerlingen geleerd dat het belangrijk is om een duidelijke en volledige opdracht te geven, waarin alle gewenste elementen benoemd worden. Dit zorgde ervoor dat leerlingen betere resultaten kregen en bewuster nadachten over hun gebruik van AI.

 

Tegelijkertijd ben ik kritisch op de rol van AI binnen het onderwijs. Ik ben van mening dat AI niet als vervanging van het leerproces moet worden ingezet, maar als ondersteuning daarvan. Wanneer leerlingen AI gebruiken als werkmiddel, bestaat het risico dat zij minder zelf nadenken en minder actief leren. Daarom vind ik het belangrijk dat AI in mijn onderwijs wordt ingezet als hulpmiddel, waarbij het leerproces van de leerling centraal blijft staan en ik als leerkracht een sturende rol heb.

 

Mijn eigen ontwikkeling is hierin ook zichtbaar. Tijdens de minor heb ik op verschillende manieren gewerkt met AI en heb ik inzicht gekregen in de mogelijkheden en beperkingen van verschillende AI-tools. Daarbij heb ik geleerd hoe instellingen invloed hebben op de uitkomsten en wat de voor- en nadelen zijn van verschillende toepassingen. Ook ben ik mij bewuster geworden van de bredere impact van AI, zoals de kosten en het hoge energieverbruik dat gepaard gaat met het gebruik van deze technologie. Deze inzichten neem ik mee in mijn onderwijs, zodat ik leerlingen niet alleen leer hoe zij AI kunnen gebruiken, maar ook bewust maak van de gevolgen en verantwoordelijkheden die hierbij horen.

 

Door AI op deze manier te integreren in mijn onderwijs, leren leerlingen niet alleen hoe zij deze technologie kunnen gebruiken, maar ontwikkelen zij ook een kritische en bewuste houding. Hiermee bereid ik hen voor op een toekomst waarin AI een steeds grotere rol speelt.

 

KERNDOEL 23: DE LEERLING CREËERT DIGITALE PRODUCTEN

23A: CREËREN MET DIGITALE TECHNOLOGIE

Creëren met digitale technologie

Binnen dit kerndoel leren leerlingen om digitale technologie te gebruiken om zelf producten te maken, zoals video’s, presentaties of andere digitale uitingen. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij niet alleen om het technisch kunnen maken van digitale producten, maar ook om het bewust en verantwoord inzetten van digitale middelen tijdens het creatieve proces.

 

Aanvullend benadrukt Kennisnet dat het creëren met digitale technologie vraagt om zowel creatieve als kritische vaardigheden. Leerlingen leren niet alleen iets te maken, maar ook na te denken over wat zij maken, hoe zij dit maken en welke invloed dit kan hebben op anderen (Kennisnet, 2025).

 

Dit kerndoel is van belang, omdat leerlingen in een digitale wereld niet alleen consumenten zijn, maar ook makers. Wanneer leerlingen zelf digitale content creëren, is het belangrijk dat zij zich bewust zijn van de impact van wat zij maken en delen. Zonder deze bewustwording bestaat het risico dat leerlingen onbedoeld anderen kwetsen of negatieve gevolgen ervaren van wat zij online plaatsen. Dit sluit aan bij mijn visie, waarin ik het belangrijk vind dat leerlingen verantwoord omgaan met digitale middelen en nadenken over hun eigen handelen.

 

In mijn praktijk kwam dit onderwerp naar voren in een gesprek met mijn groep 7/8 tijdens de pauze. Naar aanleiding van een item uit het Jeugdjournaal over een TikTok-video die viraal was gegaan, raakten we in gesprek over het maken en delen van dit soort video’s. Een leerling gaf hierbij aan spijt te hebben van een eigen TikTok die viraal was gegaan, omdat hij hier in het dagelijks leven steeds mee geconfronteerd werd, bijvoorbeeld op straat.

 

Dit gesprek maakte voor de leerlingen zichtbaar dat wat je online plaatst, blijvende gevolgen kan hebben. Ik heb hierbij benadrukt dat het knap is als je zulke video’s kunt maken, maar dat het belangrijk is om goed na te denken over wat je deelt en welke impact dit kan hebben op jezelf en anderen. Ook hebben we gesproken over hoe reacties, likes en het wel of niet betrokken worden bij online trends invloed kunnen hebben op hoe leerlingen zich voelen.

 

Mijn eigen ontwikkeling is hierin ook zichtbaar. Tijdens de minor heb ik onder andere vanuit een gastles van een student van de Rijksuniversiteit geleerd hoe sociale media invloed hebben op het welbevinden van leerlingen. Zo kunnen kinderen zich buitengesloten voelen wanneer zij niet mee mogen doen met een trend, niet getagd worden of weinig reacties krijgen. Deze inzichten neem ik mee in mijn onderwijspraktijk door hier bewust aandacht aan te besteden en het gesprek met leerlingen aan te gaan wanneer dit zich voordoet.

 

Door leerlingen op deze manier te begeleiden, leren zij niet alleen hoe zij digitale producten kunnen maken, maar ook hoe zij dit op een bewuste en respectvolle manier doen. Hiermee draag ik bij aan de ontwikkeling van verantwoordelijke en mediawijze gebruikers van digitale technologie.

23B: PROGRAMMEREN

Binnen dit kerndoel leren leerlingen om stapsgewijs te denken en problemen op te lossen door middel van programmeren. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij om het ontwikkelen van logisch redeneren, het begrijpen van algoritmes en het leren oplossen van problemen door middel van gestructureerde stappen.

 

Tijdens deze minor hebben we op verschillende momenten aandacht besteed aan programmeren. Hierbij heb ik ervaren dat programmeren op verschillende niveaus aangeboden kan worden, afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van leerlingen. Voor jongere kinderen is programmeren bijvoorbeeld goed inzichtelijk te maken met hulpmiddelen zoals de Bee-Bot. Leerlingen leren hierbij stap voor stap denken: als ik op deze knop druk, gebeurt er dit, en als ik een andere stap toevoeg, verandert het resultaat.

 

Daarnaast maken leerlingen op een toegankelijke manier kennis met het begrip ‘debuggen’. Dit betekent dat zij hun stappen opnieuw doorlopen om te ontdekken waar een fout zit in hun programma. Dit stimuleert probleemoplossend denken en doorzettingsvermogen, wat belangrijke vaardigheden zijn binnen digitale geletterdheid.

 

Tijdens de lessen heb ik verschillende werkvormen ervaren die programmeren concreet en betekenisvol maken. Zo werd programmeren uitgelegd aan de hand van een ‘snoepautomaat’, waarbij zichtbaar werd hoe een systeem stap voor stap werkt. Ook heb ik een muziekles uitgevoerd waarin leerlingen met behulp van een micro:bit en instrumenten een kernliedje speelden. Deze werkvormen laten zien dat programmeren niet alleen technisch is, maar ook creatief en vakoverstijgend kan worden ingezet.

 

In mijn eigen onderwijs heb ik hier invulling aan gegeven door een les te geven over het ‘hacken’ van het digibord. Leerlingen werkten hierbij in tweetallen en maakten gebruik van eenvoudige programmeertaal, waarbij zij code schreven tussen haakjes. Door deze code aan te passen, konden zij bijvoorbeeld de kleur van het digibord veranderen of het lettertype aanpassen. Tijdens deze les merkten leerlingen dat de code heel precies moest worden geschreven; een kleine fout zorgde er al voor dat het programma niet werkte. Dit stimuleerde hen om logisch na te denken, samen te werken en hun fouten te analyseren en te verbeteren.

 

Programmeren is waardevol voor leerlingen omdat het bijdraagt aan motivatie en betrokkenheid. Praktijkstudies in het primair onderwijs tonen aan dat leerlingen vaak gemotiveerd zijn tijdens programmeeractiviteiten en dat leerkrachten meer vertrouwen ontwikkelen in het integreren van digitale vaardigheden in hun onderwijs (PO-Raad, 2018). Dit sluit aan bij mijn eigen ervaringen tijdens de minor en in de klas.

 

In mijn eigen ontwikkeling heb ik geleerd dat programmeren niet alleen gaat om het schrijven van code, maar vooral om het ontwikkelen van denkvaardigheden. Daarnaast heb ik ervaren dat mijn eigen vaardigheid als leerkracht hierin van groot belang is. Om goed programmeeronderwijs te kunnen geven, is het nodig dat je als leerkracht voldoende kennis en vertrouwen hebt. Deze ontwikkeling neem ik mee in mijn toekomstige onderwijspraktijk, waarin ik programmeren op een toegankelijke en betekenisvolle manier wil inzetten.

KERNDOEL 24: DE LEERLING PARTICIPEERT IN DE GEDIGITALISEERDE WERELD.

24A: VEILIGHEID EN PRIVACY

Binnen dit kerndoel leren leerlingen hoe zij veilig en verantwoord omgaan met digitale technologie en persoonlijke gegevens. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij om het ontwikkelen van bewustzijn rondom privacy, online veiligheid en het beschermen van persoonlijke informatie.

 

Aanvullend benadrukt de Autoriteit Persoonsgegevens dat organisaties, waaronder scholen, zorgvuldig moeten omgaan met persoonsgegevens en dat het beschermen van privacy een wettelijke verplichting is (Autoriteit Persoonsgegevens, 2024). Dit vraagt niet alleen om kennis, maar ook om een bewuste en verantwoordelijke houding.

 

Tijdens de minor ben ik mij in toenemende mate bewust geworden van het grote belang van privacy en gegevensbescherming in het onderwijs. Waar ik aanvankelijk vooral praktisch keek naar het gebruik van digitale middelen, ben ik gaan inzien dat scholen een grote verantwoordelijkheid dragen in het zorgvuldig omgaan met gevoelige leerlinggegevens. Ik wist al dat je niet zomaar foto’s en video’s van kinderen mag delen, maar ik heb geleerd dat er ook minder zichtbare risico’s zijn. Zo kan het gebruik van een openbaar netwerk risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld bij het werken in systemen zoals ParnasSys, waarin gevoelige leerlinggegevens staan.

 

Deze inzichten heb ik ook meegenomen in mijn onderwijspraktijk. Zo bespreek ik met leerlingen wat privacy betekent en welke informatie zij wel of niet online kunnen delen. Hierbij maak ik gebruik van herkenbare en concrete voorbeelden. In mijn workshop over cyberpesten stelde ik bijvoorbeeld de vraag: “Als ik een foto van jou maak, van wie is die foto dan? Van degene die de foto maakt of van degene die op de foto staat?” Deze vraag zorgde voor waardevolle gesprekken en maakte leerlingen bewust van eigenaarschap en privacy.

 

Daarnaast sluit dit aan bij gesprekken die ontstonden naar aanleiding van de TikTok-video’s, waarbij leerlingen zich realiseerden dat beelden die online gedeeld worden, blijvende gevolgen kunnen hebben. Leerlingen leren hierdoor dat informatie die eenmaal online staat, moeilijk te verwijderen is en invloed kan hebben op henzelf en anderen.

 

Deze ontwikkeling heeft mijn professionele houding versterkt: ik kijk kritischer naar digitale processen binnen de school en handel bewuster in het belang van de privacy van leerlingen en ouders. Door hier actief aandacht aan te besteden in mijn onderwijs, draag ik bij aan het ontwikkelen van leerlingen die zich bewust zijn van hun digitale veiligheid en verantwoordelijkheid.

24B: DIGITALE TECHNOLOGIE, JEZELF EN DE ANDER

Binnen dit kerndoel leren leerlingen hoe zij zich gedragen in digitale omgevingen en wat de invloed is van digitale technologie op henzelf en anderen. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij om het ontwikkelen van sociaal en verantwoordelijk gedrag, zowel online als offline, en het begrijpen van de impact van digitaal handelen.

 

Binnen dit doel heb ik vooral groei doorgemaakt door mij inhoudelijk te verdiepen in cyberpesten en online gedrag van kinderen in het kader van mijn workshop. Door gericht literatuur te bestuderen, heb ik geleerd welke signalen kunnen wijzen op cyberpesten en welke rol de leerkracht heeft in preventie en aanpak.

 

Daarnaast heb ik mij verdiept in cyberpesten aan de hand van het KiVa-programma. KiVa laat zien dat digitaal pesten vaak plaatsvindt binnen een sociale groep en dat het daarom belangrijk is om dit samen met leerlingen bespreekbaar te maken en aan te pakken (KiVa, 2023). Dit inzicht heeft mij geholpen om verder te kijken dan alleen het gedrag van een individu, en juist aandacht te besteden aan de rol van de groep.

 

Deze kennis heb ik toegepast tijdens het geven van een workshop over cyberpesten, die ik samen met een medestudent heb verzorgd voor mijn minorgroep. Tijdens deze workshop hebben wij stilgestaan bij online gedrag en de gevolgen daarvan. Door middel van gesprekken en voorbeelden hebben wij deelnemers laten nadenken over wat respectvol gedrag online betekent en welke impact berichten of beelden kunnen hebben op anderen. Deze ervaring heeft mij geholpen om te oefenen met het bespreekbaar maken van dit onderwerp en het begeleiden van gesprekken hierover.

 

Door deze verdieping heb ik geleerd dat het niet voldoende is om alleen regels te bespreken, maar dat het belangrijk is dat leerlingen en deelnemers leren reflecteren op hun eigen gedrag. Het creëren van een veilig pedagogisch klimaat speelt hierin een belangrijke rol. Deze inzichten neem ik mee in mijn onderwijspraktijk door bewust ruimte te maken voor gesprekken over gedrag, sociale veiligheid en verantwoordelijkheid.

 

Deze ontwikkeling heeft mijn professionele houding versterkt: ik kijk kritischer naar hoe digitale technologie invloed heeft op leerlingen en hoe ik hier als leerkracht op kan inspelen. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om een veilige omgeving te creëren waarin leerlingen leren om respectvol en verantwoordelijk met elkaar om te gaan, zowel online als offline.

24C: DIGITALE TECHNOLOGIE, SAMENLEVING EN DE WERELD

Binnen dit kerndoel leren leerlingen hoe digitale technologie invloed heeft op de samenleving en de wereld om hen heen. Volgens SLO (2023) gaat het hierbij om het begrijpen van de impact van digitale media op gedrag, communicatie en maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Bij dit doel ben ik gegroeid in mijn inzicht in de effecten van sociale media op kinderen en jongeren, zowel in het heden als met het oog op de toekomst. Door wetenschappelijke literatuur te bestuderen, ben ik mij meer bewust geworden van de samenhang tussen online gedrag, pesten en mentale gezondheid. De meta-analyse van Li, C. et al. (2022) laat zien dat zowel traditioneel pesten als cyberpesten duidelijke verbanden hebben met psychische problemen bij kinderen en adolescenten.

 

Dit heeft mij geleerd dat digitale technologie niet losstaat van sociaal en emotioneel welzijn. De invloed van sociale media reikt verder dan alleen het gebruik van een platform; het heeft effect op hoe leerlingen zich voelen, hoe zij met elkaar omgaan en hoe zij zichzelf zien binnen een groep. Dit vraagt van de leerkracht dat hij of zij verder kijkt dan alleen digitale vaardigheden en ook aandacht heeft voor de bredere maatschappelijke en sociale impact.

 

In mijn onderwijspraktijk neem ik deze inzichten mee door met leerlingen het gesprek aan te gaan over de invloed van sociale media op hun dagelijks leven. Hierbij maak ik onder andere gebruik van de video Buut vrij (S10, 2025). Dit zet ik in tijdens de Week van de Mediawijsheid. Deze video laat op een indringende manier zien wat sociale druk kan doen met jongeren. Door deze te bekijken en vervolgens met leerlingen in gesprek te gaan, worden zij zich bewuster van de invloed van sociale media en groepsdruk.

 

Door aan te sluiten bij herkenbare en actuele voorbeelden, help ik leerlingen om verbanden te leggen tussen hun eigen ervaringen en de bredere invloed van digitale technologie. Hierdoor leren zij niet alleen wat de impact is van sociale media, maar ook hoe zij hier zelf bewust mee om kunnen gaan.

 

In mijn professionele ontwikkeling neem ik nu nadrukkelijk mee dat digitale vorming ook betekent dat er aandacht moet zijn voor welzijn, sociale relaties en preventie. Deze inzichten helpen mij om leerlingen niet alleen digitaal vaardig, maar ook sociaal weerbaar te begeleiden in een wereld waarin technologie een steeds grotere rol speelt.